In memoriam André Hoekema door Rob Schwitters

In Memoriam André Hoekema 1940 – 2020

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

30 november 2020

 

Maandag 16 november overleed André Hoekema op 80-jarige leeftijd in een verpleegtehuis in Haarlem. Hij verbleef daar de laatste anderhalf jaar van zijn leven, omdat hij en zijn vrouw Yolanda wegens gezondheidsproblemen extra verzorging nodig hadden. Yolande overleed er in september 2019 en ook André zou in hetzelfde tehuis overlijden.

 

André Hoekema was van 1978 tot aan zijn emeritaat in 2005 verbonden aan de faculteit,

aanvankelijk als hoogleraar rechtssociologie, in de laatste jaren als hoogleraar rechtspluralisme. Na zijn emeritaat begeleidde hij nog enkele dissertaties en verzorgde hij diverse werkgroepen.

 

André stond in de jaren zeventig aan de wieg van de opkomst van de rechtssociologie in ons land. Hij was een van de pioniers die de bakens uitzetten en deze discipline een vaste plaats hebben gegeven in het juridisch onderwijs en onderzoek.

 

Hij studeerde rechten en sociologie in Utrecht en in 1972 promoveerde hij op een onderzoek naar diefstal in de Rotterdamse havens. Hij verrijkte de sociaalwetenschappelijke bestudering van het recht met tal van publicaties over een grote variëteit aan thema’s. In zijn onderzoek richtte hij zich onder andere op ambtelijke besluitvoering, horizontaal bestuur, alsmede veranderende legaliteit van overheidsinterventie. In zijn meest recente onderzoek ging zijn belangstelling uit naar inheemse volken en de thematiek van het rechtspluralisme. Verder was hij initiator van meerdere onderzoekverbanden, zoals het NWO-onderzoek Horizontaal Bestuur en de oprichting van het Sinzheimer-instituut. Daarnaast zijn maar liefst 28 dissertaties onder zijn begeleiding tot stand gekomen.

 

Tot zijn recente noodgedwongen verhuizing naar Haarlem, woonde André vanaf 1969 op het Bickerseiland, een dorpse oase vlakbij het centrum van Amsterdam, verborgen achter een spoorlijn met verbindingen naar verre streken. Dit was zijn thuis. Een gezellige buurt met de aanblik van verbouwde pakhuizen, werkplaatsen en bootjes. De buurt en haar bedrijvigheid paste goed bij zijn koestering van gemeenschapszin, onderlinge solidariteit en betrokkenheid bij de vormgeving van de stad. André was al sinds eind jaren zestig politiek actief. Zo was hij betrokken bij het verzet tegen grootschalige stadsvernieuwingsplannen die zich toespitste op het behoud van het De Pinto-huis. Het moest verhinderen dat de Sint Antoniesbreestraat werd omgevormd tot een brede verbindingsweg met het Centraal Station. Ook op het Bickerseiland verzette hij zich, met succes, tegen de plannen voor sloop en grootschalige nieuwbouw. Zijn liefde voor wandeltochten in Latijns Amerika maakten hem ook begaan met het wel en wee van de inheemse bevolking. Het werd het leidende thema van zijn meeste recente onderzoek: hoe hun waarden en belangen in de verdrukking kunnen komen door een te grote dominantie van statelijk recht of van westerse individualistische rechtsbeginselen.

 

André wordt geen recht gedaan door hem uitsluitend als een politiek activistisch hoogleraar te zien. Hij was zeer erudiet. Bovendien toonde hij in zijn eerste publicaties zelfs een grote voorkeur voor een positivistische waardenvrije waarneming en verklaring van feiten. Als we volledig recht willen doen aan zijn latere ontwikkeling als wetenschapper, zouden we lang stil moeten staan bij de vraag of hij nu behept was met een Weberiaans besef van de tragiek van maatschappelijke ontwikkelingen -zoals besloten liggend in rationalisering en juridisering- dan wel of hij zich liet leiden door een enigszins romantische kijk op kleinschaligheid en inheemse culturen.

 

André was een enigszins introverte, zachtmoedige, maar zeer gedreven collega. Hij droeg de toga met trots, maar de mens achter de toga was altijd zichtbaar. Hij had een hekel aan arrogante bestuurders en regenten en was uitermate zorgzaam en stimulerend. Zo was hij altijd gespitst op het op de rails zetten van jong talent, en toonde hij een bijzondere verantwoordelijkheid voor promovendi wanneer deze, om welke omstandigheden dan ook, op dood spoor waren geraakt.

 

Zijn optreden was niet altijd even gepolijst. Karakteristiek was zijn wijze van presenteren, of het nu om werkgroepen, colleges of bijdragen tijdens seminars ging. Hij kon zo aarzelend formuleren, een zin beginnen met een stelling, en voordat het punt gezet werd, volgden nuanceringen, betrad hij zijpaden, of wees hij op mogelijke tegenwerpingen. Maar zonder richting was het nooit. En vrijwel altijd mondde het weer uit in publicaties waarin hij volgende stappen zette. Hij had de moed om anderen inzicht te geven in het onaffe en zo betrok hij anderen bij het ontginningswerk. Met André missen wij een zeer geliefde en integere wetenschapper. Het draaide nooit om hem, maar altijd om het inzicht in mens en maatschappij.

 

Rob Schwitters, universitair hoofddocent rechtssociologie